Plug-in hybrides: fiscale versoepeling voor zelfstandigen met eenmanszaak, maar geen verandering voor btw
Het federale regeerakkoord voorziet een versoepeling voor de fiscale aftrek van plug-in hybrides voor wie onderworpen is aan de personenbelasting (zelfstandigen met een eenmanszaak). Inzake de btw-aftrek zijn er geen wijzigingen op komst.
-
Wettelijke interestvoet bij betalingsachterstand b2b blijft voor de tweede helft van 2026 10,5%
De interestvoet die u in de tweede helft van 2026 kunt aanrekenen als u zaken doet met andere ondernemers die uw facturen te laat betalen, is bekend.
-
Werken rond uw privéwoning aan 6% btw?
In principe mag een aannemer aan 6% btw factureren als hij zgn. werken in onroerende staat uitvoert aan een pand dat minstens 10 jaar oud is en dat na de werken hoofdzakelijk voor privédoeleinden gebruikt wordt.
-
Beleggen met uw vennootschap of privé: wat levert netto het meeste op?
Uw vennootschap heeft bv. € 20.000 op de bankrekening staan die u zou willen beleggen in aandelen. Wat doet u dan het beste: dat bedrag nu als een dividend uitkeren en privé beleggen of de belegging door uw vennootschap laten doen en het geld later naar u privé halen?
Voor plug-in hybrides gekocht, geleased of gehuurd tussen 1 juli 2023 en eind 2025 geldt dit jaar een maximale fiscale aftrek van 75%. Volgens het regeerakkoord blijft, voor zelfstandigen die onder de personenbelasting vallen (eenmanszaken) die 75% behouden voor plug-in hybrides gekocht, geleased of gehuurd tot eind 2027. Daarna wordt het percentage geleidelijk afgebouwd tot 0%.
Personenwagens gekocht via de vennootschap of door een vennootschap-werkgever vallen uit de boot voor deze uitzonderlijke regeling tot eind 2027. Voor hen blijft het uitdoofscenario voor de aftrekbaarheid van plug-ins, aangeschaft vanaf 1 juli 2023 tot en met 31 december 2025, ongewijzigd. Het aftrekpercentage zal dus vanaf 2026 geleidelijk worden afgebouwd tot 0%.
Op het vlak van btw verandert er niets: het regeerakkoord voorziet geen aanpassing voor de btw-aftrek van (hybride) wagens. De bestaande drie methodes (rittenadministratie, forfaitaire aftrek, semi-forfaitaire aftrek) om het beroepsgebruik (en dus het aftrekpercentage) te bepalen, blijven gelden. Wie bijvoorbeeld altijd het forfaitaire percentage van 35% gebruikte, kan dat blijven doen.