Vanaf 01.01.2025 slechts 10 dagen tijd om te antwoorden op vraag om inlichtingen omtrent o.m. btw-teruggaafcontrole
Vanaf 01.01.2025 heeft een belastingplichtig één maand de tijd om te antwoorden op een vraag om inlichtingen van de Btw, waar dat voorheen niet bepaald was.
-
Wettelijke interestvoet 2026 voor de win-winlening blijft hetzelfde als in 2025: 2,25%-4,50%
Als Vlaamse kmo (of zelfstandige of vrije beroeper) kan u in 2026 nog altijd een win-winlening afsluiten bij particulieren tegen dezelfde interestvoet als in 2025, nl. tussen 2,25% en 4,50%.
-
Fiscale fiche personeel en bedrijfsleider 2025 ten laatste op 28 februari 2026 indienen
De fiscale fiches vermelden welke inkomsten, zoals bezoldigingen en loon, u als werkgever of schuldenaar van inkomsten heeft toegekend of betaald en aan wie.
-
Vraag de vernieuwing van "handelaarsplaten” uiterlijk aan op 13 februari 2026
Garagisten en andere voertuighandelaars moeten jaarlijks de geldigheid van hun handelaarsplaten laten vernieuwen. Om de vernieuwing aan te vragen, is een btw attest nodig. Daarbij moeten minstens 12 verkoopfacturen kunnen worden voorgelegd die niet ouder zijn dan 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag.
Maar omgekeerd zal er in bepaalde gevallen vanaf dan ook een verkorte antwoordtermijn van tien dagen gelden. Dat is met name het geval als de zgn. rechten van de schatkist in gevaar zijn, bv. bij een dreigende verjaring van de btw-schuld. In dat geval wordt de termijn van één maand om te antwoorden op een vraag om inlichtingen van de Btw ingekort naar tien dagen (art. 62 W. Btw). Die termijn van 10 dagen, begint net zoals die van één maand, te lopen vanaf de derde werkdag volgend op de verzending van de vraag om inlichtingen.
Ook als de vraag om inlichtingen betrekking heeft op de controle van een btw-tegoed in het kader van een zgn. teruggaafcontrole is de verkorte antwoordtermijn van tien dagen van toepassing. De reden is dat de Btw snel de gegrondheid en waarachtigheid van het btw-tegoed moet kunnen beoordelen.
Antwoordt u niet tijdig, dan zal btw-tegoed worden ingehouden en dus niet worden teruggegeven aan de btw-plichtige. Het betreft hier een nieuw geval van inhouding dat tot op heden nog niet bestaat (art. 8(3), achtste lid KB nr. 4). Het btw-tegoed gaat echter niet verloren. Het ingehouden tegoed zal dan in een later stadium aan een controle onderworpen worden en zal dan desgevallend gebruikt kunnen worden om eventuele schulden aan te zuiveren. Alleen daarna kan de btw-plichtige nog over het (resterende) tegoed beschikken.