Vlaamse tariefverlaging registratiebelasting aankoop enige eigen woning
De Vlaamse regering heeft in haar zgn. Septemberverklaring van 27.09.2021 bepaald dat bij de aankoop van de zgn. enige eigen woning het tarief van de registratiebelasting zou dalen van 6% naar 3%.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?
De Vlaamse regering heeft in haar zgn. Septemberverklaring van 27.09.2021 bepaald dat bij de aankoop van de zgn. enige eigen woning het tarief van de registratiebelasting zou dalen van 6% naar 3%. Wordt na de aankoop over gegaan tot een ingrijpende energetische renovatie of (gedeeltelijke) heropbouw, dan zou het tarief van 5% dalen naar 1%. Bedoeling is dat deze nieuwe tarieven van toepassing zijn op alle koopovereenkomsten afgesloten vanaf 01.01.2022. De datum van de authentieke akte is daarbij bepalend.
Deze tariefdaling zou echter gepaard gaan met de afschaffing van de zgn. meeneembaarheid (van maximum € 13.000) van de registratiebelasting die u betaald heeft bij de aankoop van een vorige woning. Die afschaffing zou gelden vanaf 01.01.2024. Tot deze datum kan als overgangsmaatregel gekozen worden tussen ofwel, de nieuwe tarieven van 3% of 1%, zonder meeneembaarheid, ofwel de oude tarieven van 6% of 5%, met meeneembaarheid. De voordeligste keuze hangt af van de concrete situatie.