Cassatie doet uitspraak over 6% btw renovatievoorwaarde
Werken in onroerende staat aan een pand van minstens 10 jaar oud kunnen onder het 6% btw-tarief vallen voor zover aan alle voorwaarden ter zake voldaan is.
-
Sinds 1 januari 2026 is de Vlaamse vriendenerfenis vervangen door de zgn. singlevermindering
Met de vriendenerfenis kon u sinds 1 juli 2021 in Vlaanderen via een testament tot € 15.000 nalaten aan één of meerdere vrienden of verre familieleden (broers/zussen en verdere verwanten) tegen een verlaagd tarief van 3% in plaats van 25%. Die regeling is nu verdwenen en vervangen door de singlevermindering, die enkel bedoeld is voor alleenstaande erflaters zonder (klein)kinderen.
-
Belastingvermindering voor giften nog maar 30% sinds aanslagjaar 2026 (voorheen: 45%)
Als u een gift doet aan een erkende organisatie, kunt u onder bepaalde voorwaarden een belastingvermindering krijgen in de inkomstenbelasting. De gift moet minstens € 40 bedragen en u hebt een attest nodig van de erkende organisatie waaraan u schenkt.
-
Dienstencheques in Brussel vanaf 2026: wat verandert er voor u?
Sinds 1 januari 2026 is het Brusselse dienstenchequesysteem aangepast. De bedoeling is om het werk van huishoudhulpen beter te waarderen.
Werken in onroerende staat aan een pand van minstens 10 jaar oud kunnen onder het 6% btw-tarief vallen voor zover aan alle voorwaarden ter zake voldaan is. Die werken moeten dan de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud van een woning beogen. Het is niet vereist dat het pand reeds een privéwoning was voordat de werken van start gaan. Het volstaat dat het als privéwoning wordt aangewend nadat de werken zijn afgerond.
Voor de 6% btw is wel vereist dat het om renovatiewerken gaat en dus niet om een zgn. vernieuwbouw. Vaak bestaat er discussie hoe de grens tussen die twee moet getrokken worden, maar cassatie heeft zich daarover op 25 juni 2020 uitgesproken. Er is sprake van een renovatie als de uitgevoerde werken op relevante wijze steunen op de reeds bestaande dragende muren, in het bijzonder de buitenmuren en, meer in het algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het bestaande gebouw. Dat is het enige criterium dat volgens het Hof van belang is. De kostprijs van de werken geeft dus geen uitsluitsel wat dat betreft, aldus cassatie.