Minister niet akkoord met langere btw-teruggaaftermijn voor niet-EU btw-plichtigen
Een btw-plichtige die niet in de EU-gevestigd is, maar op zijn beroepsaankopen Belgische btw oploopt kan die btw terugvragen.
-
Meerwaardebelasting: hoe wordt er bepaald of u een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen, zoals aandelen. Belegt u als particulier op een gewone, niet beroepsmatige manier, dan wordt de meerwaarde in principe belast aan 10%. Hoe wordt dan bekeken of u effectief een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
-
Btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: omzetdrempel € 25.000
Is uw jaaromzet exclusief btw niet hoger dan € 25.000, dan kan u in principe kiezen voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. U moet dan geen btw aanrekenen op facturen aan uw klanten en dus ook geen periodieke btw-aangiftes meer indienen.
-
Tweedehandsauto aankopen met uw vennootschap
Zoals u wellicht weet, zijn de autokosten van een auto die niet 100% emissievrij is, zoals een hybride auto of een auto met een verbrandingsmotor, die u in 2026 met uw vennootschap aankoopt, niet langer aftrekbaar voor uw vennootschap. Maar wat als u een tweedehandsauto aankoopt die al vóór 2026 in gebruik was?
Een btw-plichtige die niet in de EU-gevestigd is, maar op zijn beroepsaankopen Belgische btw oploopt kan die btw terugvragen. Voor de teruggaaf is immers niet vereist dat de betrokkene in België of in de EU moet gevestigd zijn. Het verzoek tot teruggaaf moet binnen een bepaalde termijn ingesteld zijn, maar Europa laat die termijn door iedere EU-lidstaat zelf bepalen. In België zijn de teruggaafmodaliteiten vastgesteld in het uitvoerings-KB nr. 4. Het bepaalt dat de aanvraag tot teruggaaf ingediend moet worden uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft.
Volgens o.m. Hof van Beroep dd. 3 december 2019 verjaart de vordering tot teruggaaf pas na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van teruggaaf van de btw zich heeft voorgedaan. Volgens het hof is het uitvoerings-KB nr. 4 dat voorziet in een kortere termijn dus strijdig met de verjaringstermijn van drie jaar. De minister van Financiën heeft echter te kennen gegeven zich niet neer te leggen bij de visie van het Hof en mogelijks cassatieberoep in te stellen. Van zodra hier meer nieuws over gekend is, brengt ons kantoor u hiervan op de hoogte.