Minister niet akkoord met langere btw-teruggaaftermijn voor niet-EU btw-plichtigen
Een btw-plichtige die niet in de EU-gevestigd is, maar op zijn beroepsaankopen Belgische btw oploopt kan die btw terugvragen.
-
Sinds 1 januari 2026 is de Vlaamse vriendenerfenis vervangen door de zgn. singlevermindering
Met de vriendenerfenis kon u sinds 1 juli 2021 in Vlaanderen via een testament tot € 15.000 nalaten aan één of meerdere vrienden of verre familieleden (broers/zussen en verdere verwanten) tegen een verlaagd tarief van 3% in plaats van 25%. Die regeling is nu verdwenen en vervangen door de singlevermindering, die enkel bedoeld is voor alleenstaande erflaters zonder (klein)kinderen.
-
Belastingvermindering voor giften nog maar 30% sinds aanslagjaar 2026 (voorheen: 45%)
Als u een gift doet aan een erkende organisatie, kunt u onder bepaalde voorwaarden een belastingvermindering krijgen in de inkomstenbelasting. De gift moet minstens € 40 bedragen en u hebt een attest nodig van de erkende organisatie waaraan u schenkt.
-
Dienstencheques in Brussel vanaf 2026: wat verandert er voor u?
Sinds 1 januari 2026 is het Brusselse dienstenchequesysteem aangepast. De bedoeling is om het werk van huishoudhulpen beter te waarderen.
Een btw-plichtige die niet in de EU-gevestigd is, maar op zijn beroepsaankopen Belgische btw oploopt kan die btw terugvragen. Voor de teruggaaf is immers niet vereist dat de betrokkene in België of in de EU moet gevestigd zijn. Het verzoek tot teruggaaf moet binnen een bepaalde termijn ingesteld zijn, maar Europa laat die termijn door iedere EU-lidstaat zelf bepalen. In België zijn de teruggaafmodaliteiten vastgesteld in het uitvoerings-KB nr. 4. Het bepaalt dat de aanvraag tot teruggaaf ingediend moet worden uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft.
Volgens o.m. Hof van Beroep dd. 3 december 2019 verjaart de vordering tot teruggaaf pas na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van teruggaaf van de btw zich heeft voorgedaan. Volgens het hof is het uitvoerings-KB nr. 4 dat voorziet in een kortere termijn dus strijdig met de verjaringstermijn van drie jaar. De minister van Financiën heeft echter te kennen gegeven zich niet neer te leggen bij de visie van het Hof en mogelijks cassatieberoep in te stellen. Van zodra hier meer nieuws over gekend is, brengt ons kantoor u hiervan op de hoogte.