Online sportlessen vrij van btw
Door de Coronacrisis heeft online sportbegeleiding een enorme boost gekregen.
-
Meerwaardebelasting: hoe wordt er bepaald of u een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen, zoals aandelen. Belegt u als particulier op een gewone, niet beroepsmatige manier, dan wordt de meerwaarde in principe belast aan 10%. Hoe wordt dan bekeken of u effectief een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
-
Btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: omzetdrempel € 25.000
Is uw jaaromzet exclusief btw niet hoger dan € 25.000, dan kan u in principe kiezen voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. U moet dan geen btw aanrekenen op facturen aan uw klanten en dus ook geen periodieke btw-aangiftes meer indienen.
-
Tweedehandsauto aankopen met uw vennootschap
Zoals u wellicht weet, zijn de autokosten van een auto die niet 100% emissievrij is, zoals een hybride auto of een auto met een verbrandingsmotor, die u in 2026 met uw vennootschap aankoopt, niet langer aftrekbaar voor uw vennootschap. Maar wat als u een tweedehandsauto aankoopt die al vóór 2026 in gebruik was?
Door de Coronacrisis heeft online sportbegeleiding een enorme boost gekregen. Aan de minister van Financiën werd de vraag gesteld of ook die online dienstverlening vrijgesteld is van btw. Immers, diensten verstrekt door exploitanten van sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke opvoeding aan personen die er aan lichamelijke ontwikkeling of aan sport doen, zijn vrij van btw voor zover de exploitant of inrichting geen winstoogmerk heeft en de ontvangsten uitsluitend gebruikt tot dekking van de kosten ervan. Het moet anders gesteld gaan om sportverenigingen die onder het VZW-statuut vallen.
De minister antwoordt positief op die vraag. Het is niet noodzakelijk dat de sportlessen gebeuren in fysieke aanwezigheid van de personen die aan sport ‘komen’ doen. Het is voor de btw-vrijstelling wel vereist dat de lessen betrekking hebben op het beoefenen van de sport in kwestie en de sportvereniging dus aan haar leden sportlessen geeft om bijv. bepaalde bewegingen/sportoefeningen aan te leren. (Vr. en Antw. Kamer 2020-21, nr. 55-63, 176).