Volgens Rulingcommissie telt onaantastbaarheidsvoorwaarde van dag tot dag
Via het stelsel van de liquidatiereserve kan een KMO-vennootschap dividenden tegen 5% roerende voorheffing uitkeren voor zover de zgn. onaantastbaarheidsvoorwaarde werd nageleefd.
-
Sinds 1 januari 2026 is de Vlaamse vriendenerfenis vervangen door de zgn. singlevermindering
Met de vriendenerfenis kon u sinds 1 juli 2021 in Vlaanderen via een testament tot € 15.000 nalaten aan één of meerdere vrienden of verre familieleden (broers/zussen en verdere verwanten) tegen een verlaagd tarief van 3% in plaats van 25%. Die regeling is nu verdwenen en vervangen door de singlevermindering, die enkel bedoeld is voor alleenstaande erflaters zonder (klein)kinderen.
-
Belastingvermindering voor giften nog maar 30% sinds aanslagjaar 2026 (voorheen: 45%)
Als u een gift doet aan een erkende organisatie, kunt u onder bepaalde voorwaarden een belastingvermindering krijgen in de inkomstenbelasting. De gift moet minstens € 40 bedragen en u hebt een attest nodig van de erkende organisatie waaraan u schenkt.
-
Dienstencheques in Brussel vanaf 2026: wat verandert er voor u?
Sinds 1 januari 2026 is het Brusselse dienstenchequesysteem aangepast. De bedoeling is om het werk van huishoudhulpen beter te waarderen.
Via het stelsel van de liquidatiereserve kan een KMO-vennootschap dividenden tegen 5% roerende voorheffing uitkeren voor zover de zgn. onaantastbaarheidsvoorwaarde werd nageleefd. Concreet komt dat erop neer dat de liquidatiereserve minstens 5 jaar behouden is gebleven op een afzonderlijke passiefrekening en niet tot grondslag heeft gediend voor enige beloning of toekenning.
De vijfjarige houdtermijn wordt gerekend vanaf de laatste dag van het belastbaar tijdperk waarvoor de liquidatiereserve is aangelegd (art. 269, § 1, 8° WIB 1992). Volgens de Rulingcommissie heeft de wetgever op die manier verwezen naar minstens vijf jaren en niet naar vijf belastbare tijdperken of boekjaren. Bijgevolg gaat de Rulingcommissie ervan uit de vijfjarige termijn van dag tot dag moet worden gerekend. De vijfjarige termijn voor een liquidatiereserve die bv. wordt aangelegd op 31 maart N (bij een boekjaar van 1 april N-1 tot 31 maart N), verstrijkt aldus na 30 maart N+5.