Volgens Rulingcommissie telt onaantastbaarheidsvoorwaarde van dag tot dag
Via het stelsel van de liquidatiereserve kan een KMO-vennootschap dividenden tegen 5% roerende voorheffing uitkeren voor zover de zgn. onaantastbaarheidsvoorwaarde werd nageleefd.
-
Meerwaardebelasting: hoe wordt er bepaald of u een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen, zoals aandelen. Belegt u als particulier op een gewone, niet beroepsmatige manier, dan wordt de meerwaarde in principe belast aan 10%. Hoe wordt dan bekeken of u effectief een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
-
Btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: omzetdrempel € 25.000
Is uw jaaromzet exclusief btw niet hoger dan € 25.000, dan kan u in principe kiezen voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. U moet dan geen btw aanrekenen op facturen aan uw klanten en dus ook geen periodieke btw-aangiftes meer indienen.
-
Tweedehandsauto aankopen met uw vennootschap
Zoals u wellicht weet, zijn de autokosten van een auto die niet 100% emissievrij is, zoals een hybride auto of een auto met een verbrandingsmotor, die u in 2026 met uw vennootschap aankoopt, niet langer aftrekbaar voor uw vennootschap. Maar wat als u een tweedehandsauto aankoopt die al vóór 2026 in gebruik was?
Via het stelsel van de liquidatiereserve kan een KMO-vennootschap dividenden tegen 5% roerende voorheffing uitkeren voor zover de zgn. onaantastbaarheidsvoorwaarde werd nageleefd. Concreet komt dat erop neer dat de liquidatiereserve minstens 5 jaar behouden is gebleven op een afzonderlijke passiefrekening en niet tot grondslag heeft gediend voor enige beloning of toekenning.
De vijfjarige houdtermijn wordt gerekend vanaf de laatste dag van het belastbaar tijdperk waarvoor de liquidatiereserve is aangelegd (art. 269, § 1, 8° WIB 1992). Volgens de Rulingcommissie heeft de wetgever op die manier verwezen naar minstens vijf jaren en niet naar vijf belastbare tijdperken of boekjaren. Bijgevolg gaat de Rulingcommissie ervan uit de vijfjarige termijn van dag tot dag moet worden gerekend. De vijfjarige termijn voor een liquidatiereserve die bv. wordt aangelegd op 31 maart N (bij een boekjaar van 1 april N-1 tot 31 maart N), verstrijkt aldus na 30 maart N+5.