Volgens Rulingcommissie telt onaantastbaarheidsvoorwaarde van dag tot dag
Via het stelsel van de liquidatiereserve kan een KMO-vennootschap dividenden tegen 5% roerende voorheffing uitkeren voor zover de zgn. onaantastbaarheidsvoorwaarde werd nageleefd.
-
Tarieven terugbetaalde thuis getankte elektriciteit voor 2de kwartaal 2026 gekend
Als u een vergoeding krijgt van uw vennootschap/werkgever voor het thuis opladen van de elektrische bedrijfswagen, dan wordt u privé in principe belast op een zgn. voordeel alle aard.
-
Veel kilometers naar het werk: beter het kostenforfait of uw werkelijke kosten aftrekken als bedrijfsleider?
Werkt u als bedrijfsleider in België en ontvangt u een loon uit uw vennootschap, dan betaalt u personenbelasting op dat loon. U mag van dit loon uw beroepskosten aftrekken. U kunt daarbij kiezen tussen een automatisch kostenforfait of het bewijzen van uw werkelijke kosten, dit laaste wordt vooral interessant als u met uw eigen auto veel kilometers naar uw vaste werkplaats rijdt.
-
Sinds 1 maart 2026 hogere forfaitaire nachtvergoeding van € 162,35
Als u als bedrijfsleider in België moet overnachten voor uw werk, kan uw vennootschap kiezen: ofwel betaalt ze rechtstreeks de hotelfactuur, ofwel geeft ze u een vaste nachtvergoeding.
Via het stelsel van de liquidatiereserve kan een KMO-vennootschap dividenden tegen 5% roerende voorheffing uitkeren voor zover de zgn. onaantastbaarheidsvoorwaarde werd nageleefd. Concreet komt dat erop neer dat de liquidatiereserve minstens 5 jaar behouden is gebleven op een afzonderlijke passiefrekening en niet tot grondslag heeft gediend voor enige beloning of toekenning.
De vijfjarige houdtermijn wordt gerekend vanaf de laatste dag van het belastbaar tijdperk waarvoor de liquidatiereserve is aangelegd (art. 269, § 1, 8° WIB 1992). Volgens de Rulingcommissie heeft de wetgever op die manier verwezen naar minstens vijf jaren en niet naar vijf belastbare tijdperken of boekjaren. Bijgevolg gaat de Rulingcommissie ervan uit de vijfjarige termijn van dag tot dag moet worden gerekend. De vijfjarige termijn voor een liquidatiereserve die bv. wordt aangelegd op 31 maart N (bij een boekjaar van 1 april N-1 tot 31 maart N), verstrijkt aldus na 30 maart N+5.